Je model staat klaar, de printer is waterpas, en dan komt de vraag die de helft van alle mislukte prints veroorzaakt: welk filament gebruik je? Er ligt een spoel PLA op de plank, ergens een rol PETG, en online leest iedereen dat ASA beter is voor buiten. In de praktijk gaat het bijna nooit om welk materiaal het beste is, maar om welk materiaal past bij waar het onderdeel straks ligt. Hieronder de drie die je het vaakst nodig hebt, wat ze goed doen en waar ze je in de steek laten.
PLA: de standaard, en dat is terecht
PLA print op vrijwel elke printer zonder gedoe. Het krimpt nauwelijks, hecht goed aan het bed, ruikt mild en heeft geen behuizing nodig. Details komen er scherp uit en de maatvoering blijft netjes, waardoor het uitstekend werkt voor prototypes, modellen, organizers, decoratie en alles wat binnen blijft staan.
De zwakte zit in warmte. Rond de 55 tot 60 graden wordt PLA zacht, en dat is precies wat een auto in de zon haalt. Een telefoonhouder achter de voorruit is de klassieke manier om daar zelf achter te komen. Ook is PLA relatief bros: het buigt niet mee, het knapt. Een clip die tientallen keren moet openklikken, houdt het in PLA zelden lang vol.
Typische instellingen: nozzle 200 tot 215 graden, bed 55 tot 60, koeling voluit. Gaat het mis, dan ligt het meestal aan te weinig koeling of een te hoge eerste laag.
PETG: taai, warmtebestendiger, iets eigenwijzer
PETG is het logische vervolg zodra een onderdeel iets moet verduren. Het buigt mee in plaats van te breken, is bestand tegen water en de meeste huis-tuin-en-keukenchemicalien, en blijft tot ongeveer 75 graden stevig. Behuizingen, beugels, bakjes in de schuur, onderdelen die vast worden geschroefd: daar komt PETG het best tot zijn recht.
Daar staat tegenover dat PETG graag stringt. Die spinrag tussen de torentjes los je zelden op met meer retractie alleen; vaker helpt het om de temperatuur 5 tot 10 graden te verlagen en het filament eerst te drogen. PETG trekt namelijk vocht aan, en een vochtige spoel print zichtbaar slechter: knetterend geluid, doffe lagen, zwakke hechting.
Nog een eigenaardigheid: PETG hecht soms te goed aan een glad PEI-bed, tot het bij het loshalen een stuk coating meeneemt. Een dun laagje lijmstift als scheidingsmiddel is geen truc voor beginners maar gewoon standaardpraktijk. Typische instellingen: nozzle 230 tot 245 graden, bed 70 tot 85, koeling rond de 30 tot 50 procent.
ASA en ABS: voor buiten en voor warmte
Moet het onderdeel jarenlang in weer en wind liggen, dan kom je bij ASA uit. Het is UV-bestendig, waar PLA en PETG in de volle zon verkleuren en verbrossen, en het blijft stabiel tot ruim boven de 90 graden. Denk aan kentekenplaathouders, camerabeugels aan de gevel, onderdelen in een motorruimte.
De prijs die je daarvoor betaalt is krimp. ASA en ABS trekken tijdens het afkoelen samen, waardoor hoeken loslaten en lagen halverwege kunnen splijten. Een gesloten behuizing is hier geen luxe maar voorwaarde, en tocht van een openstaand raam is genoeg om een print te verpesten. Ook komen er dampen vrij, dus zorg voor afzuiging of een ruimte waar je niet de hele dag zit. Typische instellingen: nozzle 245 tot 260 graden, bed 95 tot 110, koeling vrijwel uit.
Kort samengevat
- Binnen, decoratief of een snel prototype: PLA.
- Functioneel, moet tegen een stootje of tegen water: PETG.
- Buiten, in de zon of dichtbij warmte: ASA.
- Twijfel je tussen twee? Print het testonderdeel in PLA en pas daarna in het duurdere materiaal.
Drie dingen die vaker helpen dan een nieuw materiaal
Voordat je een mislukte print wijt aan het filament: droog je spoelen. Vrijwel alle materialen nemen vocht op uit de lucht, PETG en nylon het hardst, en een paar uur in een droger of een oven op lage temperatuur lost meer problemen op dan welke instelling ook. Bewaar rollen daarna luchtdicht met silicagel in plaats van open op een plank.
Kalibreer daarnaast je flow en je eerste laag opnieuw bij elk nieuw merk. Twee spoelen PETG van verschillende fabrikanten gedragen zich merkbaar anders, en een profiel dat bij de ene perfect werkt, geeft bij de andere onderextrusie. Een kubusje van tien minuten bespaart je een print van acht uur.
En kijk tot slot naar de orientatie op het bed. De meeste breuken lopen langs de laagjes, niet dwars erdoorheen. Een haakje dat plat ligt is vele malen sterker dan hetzelfde haakje rechtop geprint, ongeacht welk filament erin zit. Materiaalkeuze doet ertoe, maar de manier waarop je het onderdeel neerlegt vaak nog meer.
Kom je er niet uit welk materiaal bij jouw onderdeel past, stuur gerust je model of een foto van de toepassing. Meedenken over de juiste keuze scheelt meestal een spoel die anders ongebruikt blijft liggen.
